Sandwich

TREFWOORDEN

Feedback afwisselen

DOEL

Ervaren hoe het is om bewust af te wisselen tussen het geven van positieve en negatieve feedback.

WERKWIJZE

Deelnemers staan in een kring, waarbij twee deelnemers in het midden van de kring staan: A en B. Van tevoren instrueer je A en B over de rol die zij gaan vervullen. A brandt een gezamenlijke collega helemaal af, bijvoorbeeld: hij is altijd te laat, heeft niks zinnigs te melden, ziet er niet representatief uit. Non-verbaal laat A ook merken wat hij van de gezamenlijke collega vindt. B ziet dit roddelgedrag en wil er wat van zeggen, de manier waarop A praat over de gezamenlijke collega (een vriend van jou) vind je niet prettig. B vindt het nog een beetje spannend om A aan te spreken op zijn gedrag.

B laat zowel goede als slechte elementen in het aanspreken op het gedrag van A zien, bijvoorbeeld: benoemen ‘jij bent een roddelaar’, ook mee gaan roddelen, eigen mening over gezamenlijke collega weergeven, benoemen wat het met je doet, veroordelen, enzovoort. De deelnemers in de kring geven feedback op de manier waarop B, A aanspreekt op zijn gedrag. Een willekeurige deelnemer start met het weergeven van iets positiefs, vervolgens geeft de deelnemer ernaast iets negatiefs weer. Alle deelnemers in de kring komen één voor één aan bod en geven afwisselend positieve en negatieve feedback. De laatste deelnemer in de kring eindigt positief.

NABESPREKEN

  • Hoe vond B het om A aan te spreken op zijn gedrag?
  • Wat zag je aan het gedrag van A en B?
  • Hoe was het voor B om afwisselend positieve en negatieve feedback te krijgen?
  • Hoe was het om als groep af te wisselen tussen het geven van positieve en negatieve feedback?
  • In hoeverre is de sandwichmethode (positief-negatief-positief) een geschikte manier waarop je feedback kunt geven?